vrijdag 10 maart 2017

Wonderbaarlijk plotten (schrijfperikelen 4)

Plotten van het manuscript met een aantal kern-scènes
als rode draad, waar de rest zich dan omheen vouwt.
Ik beschouw mijn fantasie als een zegen. Maar soms ook is het een vloek. Goed, laat ik eerlijk zijn: vaak is het een vloek. Tenslotte bewijzen de vele onafgemaakte manuscripten dat ik door mijn op hol geslagen fantasie te veel projecten onvoltooid aan de kant schuif. Dan wil ik door met het volgende, nog weer mooiere idee. Daarover vertelde ik je eerder al het een en ander, dus vandaag wil ik het hebben over mijn fantasie als grote zegen. Zoals bij het wonderbaarlijke plotten van de afgelopen dagen!

Plotten gaat de hele dag door. Steeds wanneer ik schrijf, maar ook wanneer ik niet schrijf. Heldere ingevingen blijven komen. Dag en nacht. Tijdens de afwas, op de wc, onder de douche, tijdens een wandeling, in de supermarkt. Soms wanneer ik het niet verwacht, is daar ineens dat 'briljante idee' (om het niet te vergeten, heb ik altijd een notitieboekje en een pen bij me!). Soms ook wil ik het gewoon afdwingen, en op dat soort momenten ga ik er eens goed voor zitten. Toegegeven, het is niet altijd 'succes verzekerd', want inspiratie en creativiteit laat zich niet afdwingen. Toch is het noodzakelijk omdat 'overzicht' naar mijn idee belangrijk is voor het gedisciplineerd schrijven dat ik mezelf heb 'opgelegd'.

'Post it'
Ik wil graag weten waar een verhaal naartoe gaat, zodat ik het mezelf bij het schrijven niet te moeilijk maak. Ik wil niet gaan zwabberen. Ik wil meters maken! Dus plot ik met stukjes papier, waarop ik de belangrijk(st)e scènes die in het boek moeten voorkomen, schrijf. Dat is de rode draad. Daaromheen komen dan de andere bouwstenen, die samen met de rode draad het verhaal gaan vormen. 

Voorheen deed ik dit nooit, zag ik skrieven vooral als 'ik moet inspiratie hebben, want alleen dan kan ik schrijven'. Inmiddels weet ik dat dat flauwekul is. Schrijven is gewoon hard werken. Discipline opbrengen. Net als iedere dag op tijd wakker worden, je wassen en aankleden, ontbijten en naar je werk gaan. Niets meer, niets minder. En waar er op je werk een bepaalde structuur is, heb je dat ook in het creëren van een verhaal, van een manuscript, gewoon nodig. Ik in ieder geval wel.

Structuur
Ook de scènes van reeds geschreven hoofdstukken
blijf ik bijhouden, zodat de structuur wordt bewaakt.
Mijn structuur bestaat dus uit een serie kleine blaadjes met daarop de scènes die ik wil (be)schrijven. Deze structuur is (redelijk) heilig. Het is mijn houvast. Maar het mag gaandeweg, door veranderde inzichten, en/of omdat een karakter anders reageert dan vooraf gedacht, heus worden aangepast. Het is nog steeds dynamisch (dat maakt ook het schrijven voor mij nog steeds verrassend), maar het biedt wel de houvast die ik nodig heb. Tenslotte wil ik op het goede spoor blijven, wil ik mijn verhaal richting geven en wil ik tijdig kleine hintjes en geheimen kunnen prijsgeven aan de lezer.

Door vooraf al te weten waar ik naar toe wil, schrijf ik bovendien efficiënt en snel. Ik kan de flow van mijn verhaal goed vasthouden en als een gek rammelen. Niet voor niets haal ik zo soms wel achtduizend woorden op een dag. Dat zijn, gemiddeld genomen, circa acht tot tien verschillende scènes! (en ja, daar moet nog veel aan worden herschreven, maar dat geeft niet.)

Nieuwe ideeën
Bij het plotten van mijn eerste deel van 'Meesters van het Drakenvuur'(mijn huidige fantasy-project) had ik de blaadjes niet nodig. Ik schreef flink door, want ik wist al heel goed wat mijn rode draad zou zijn. Het verhaal ging (voor mijn gevoel) niet zwalken. Nu, met boek 2 - en alvast rekening houdend met 3 (en wellicht zelfs 4, want het verhaal blijft zich uitbreiden) - is het plotten wel belangrijk(er dan voorheen). 

En 'oh, gezegende fantasie', dan merk ik ineens, terwijl ik naar de verschillende blaadjes staar en de rode draad van boek 2 (en 3) uitdenk, dat er zoveel nieuwe, mooie en fantastische ideeën voor dit verhaal opborrelen. Als ik me laat gaan, staan er over enige tijd geen drie, maar misschien wel vier (of vijf, of zes?) delen in mijn kast...

Verder skrieven!
Herstel: dan liggen ze in mijn la. Want voorlopig zijn het nog geen boeken. Herstel: dan zitten ze in mijn hoofd. Tenslotte moet ik dit alles nog wel uitschrijven! En dat is mooi werk, maar ook een uitdaging! Pas als al dit fraais op papier staat, is het echt en dus weer een stapje dichter bij de lezer. Kortom: genoeg geouwehoerd. Ik moet snel verder. Skrief ze! 

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen